Sancties/ Misbruik

Zwijgrecht ex-werknemers

Het CBb  CBbHet College van Beroep voor het bedrijfsleven is een bestuursrechtelijk college dat oordeelt over geschillen op het terrein van het sociaal-economisch bestuursrecht, waaronder het mededingingsrecht.  heeft uitspraak gedaan in de principiële kwestie over de reikwijdte van het zwijgrecht voor ondernemingen. Ingevolge artikel 53 Mw bestaat er “aan de zijde van de onderneming” geen verplichting om een verklaring af te leggen als sprake is van een redelijk vermoeden van overtreding. In 2011 volgde de rechtbank Rotterdam de NMa in haar betoog dat dit zwijgrecht zich niet (mede) uitstrekt tot ex-werknemers van de onderneming, omdat zij – kort gezegd – niet langer namens de onderneming kunnen spreken. Het CBb oordeelt echter anders. Het CBb ziet geen rechtvaardiging om het zwijgrecht voor ondernemingen te beperken tot degenen die op het moment van het verhoor werkzaam zijn bij de onderneming. Artikel 53 Mw dwingt niet tot een dergelijke beperking. Ook ex-werknemers van een onderneming, van wie de NMa vermoedt dat deze betrokken is bij een overtreding, kunnen zich volgens het CBb in een onderzoek van de NMa beroepen op het zwijgrecht van artikel 53 Mw.

Sanctiezaken

In april 2012 vernietigde de rechtbank Rotterdam twee boetebesluiten van de NMa in de thuiszorgsector. De boetes waren opgelegd wegens verboden marktverdelingsafspraken tussen thuiszorginstellingen in ’t Gooi en Kennemerland. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat in deze thuiszorgregio’s daadwerkelijk zodanige concurrentie mogelijk was tussen de betreffende instellingen, dat deze ook beperkt kon worden door de betreffende afspraken. Dit betreft onder meer de concrete juridische en economische context in ’t Gooi en Kennemerland, zoals het contracteerbeleid van het zorgkantoor, de betekenis van garantiebudgetten, wachtlijstenproblematiek en perspectief voor toenemende concurrentie. De NMa moet aannemelijk maken dat concurrentie niet alleen theoretisch maar ook in de praktijk een reële optie is voor de betrokken ondernemingen. De NMa heeft zich bij deze uitspraken neergelegd en besloten vijf à zes jaar na dato geen nader contextonderzoek in deze zaken te doen.

Feitelijk leidinggevers

In de Wegener zaak heeft de rechtbank Rotterdam voor het eerst de mogelijkheid van beboeting van feitelijk leidinggevers door de NMa bevestigd. De rechtbank onderschrijft de criteria die de NMa hanteert. Vervolgens legt de rechtbank met name het zogenaamde beschikkingscriterium uit. De functionaris moet wetenschap hebben gehad van de inbreukmakende gedragingen (aanvaardingscriterium) en, gelet op zijn feitelijke positie binnen de onderneming, bevoegd en redelijkerwijs zijn gehouden om zich tegen deze gedragingen te verzetten (beschikkingscriterium). Het is niet noodzakelijk dat de functionaris zich ook bewust was dat de betreffende gedragingen een overtreding vormden. Bij drie van de vijf door de NMa beboete functionarissen, die deel uit maakten van het management van de onderneming, was volgens de rechtbank aan de criteria voldaan. Wel zijn hun boetes verlaagd, omdat de omvang en duur van de overtreding naar het oordeel van de rechtbank beperkter was dan de NMa had aangenomen. Commissarissen kunnen in het algemeen slechts bij (hoge) uitzondering als feitelijk leidinggever worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat hun rol binnen de onderneming een andere is, namelijk toezicht houden in plaats van aansturen van gedragingen. In dit geval vond de rechtbank dat onvoldoende van een atypische rol van de twee door de NMa beboete commissarissen was gebleken.

Misbruik machtspositie

Het CBb deed uitspraak in het hoger beroep van Fresh FM, een regionale radio-omroep die aan Buma (Bureau voor Muziekauteursrechten) moet betalen voor het uitzenden van muziek. Volgens Fresh FM maakte Buma misbruik van haar economische machtspositie door in haar tarieven te discrimineren tussen verschillende soorten omroepen. De NMa onderzocht of de tariefdifferentiatie tot uitsluiting dan wel uitbuiting zou kunnen leiden. Bij dit laatste stuitte de NMa op meetproblemen en paste zij – als second best – een internationale tariefvergelijking toe. Op basis van dit onderzoek, wees de NMa de klacht van Fresh FM af. Het CBb acht het onderzoek van de NMa toereikend. Omdat Fresh FM niet met indicaties kwam waarom wél sprake was van misbruik of waarom de motivering van de NMa niet klopte, hoefde de NMa geen vervolgonderzoek te doen en mocht zij de klacht afwijzen.

Zie ook

Er zijn geen gerelateerde links bij dit artikel.
  • Voeg toe aan mijn selectie
    • Dit artikel
    • Dit hoofdstuk (45)
  • Print
    • Dit artikel
    • Dit hoofdstuk (45)
  • Deel
    • LinkedIn